Hoofdstuk 7

“Twijfel,” zei Siebrand Snor, “is eigenlijk een soort metafoor.” In de verte viel een boom. De man naast Snor had verstand van vallende bomen. Hij herkende het geluid als het typische geluid dat een vallende boom maakt als er niemand in de buurt is om het te horen.
“Waarvoor?” zei de vallendebomenkenner.
“Meta-foor.” antwoordde Snor.
“Twijfel eet eters?” vroeg de vallendebomenkenner, terwijl hij wanhopig probeerde een serveerster te wenken. “Potver!” riep hij. “Waarom heb ik nu mijn armen niet bij me?”
Siebrand Snor frummelde aan zijn snor. “Ha ja,” dacht hij, “eter-eters!” En hij zei: “Je armen liggen bij de Pretfabriek.” Hij wist niet waarom hij dat wist. Hij had ook geen enkele reden om aan te nemen dat het waar was.
De kenner van vallende bomen wiebelde ongemakkelijk heen en weer. Snor keek hem afkeurend aan. “Zou je dat niet gemakkelijk doen? Dit is zo ongemakkelijk. Voor een kenner van vallende bomen, het moet gezegd, heb je wel erg weinig verstand van de gemakkelijkste manier om heen en weer te wiebelen.”
De kenner van vallende bomen gaf schoorvoetend toe dat de gemakkelijkste manieren om heen en weer te wiebelen door andere kenners van vallende bomen misschien wel beter onder de knie gehad waren. “En hou op met dat geschoorvoet!” schreeuwde Snor. “Je jaagt de vissen tegen je in het harnas!”

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.