Hoofdstuk 8

Geen geschoorvoet in de Puddingvallei. Daar had Siebrand Snor wel voor gezorgd met dat bewind waar iedereen zo van schrok. Met voeten werd niet geschoord, zo luidde de wet. Die had de klokken in de toren vervangen en luidde nu ieder decreet. Meestal twintig keer per dag, maar bijna altijd minder. En als de wet niet aan het luiden was, dan zorgde de oh zo draadse Bombom Arie wel dat er van schoren, al dan niet met voeten, geen sprake was. Het joeg de vissen in het harnas. En alsof dat nog niet erg genoeg was, zo deden de Geelmajoren. Die deden voortdurend alsof het allemaal nog erger moest. En niemand begreep waarom. Siebrand Snor wist wel wat hij met de Geelmajoren aan moest. Ja, hij wel. Hij husselde en trusselde de kwajongens totdat ze geen pap meer lustten. Hij haalde de sliep uit hun scharen en rammelde ze dwars doorheen.Tot de pap ze uit de oren kwam en ze de lust om “boe” te zeggen niet meer konden vinden. Nergens in de krochten was nog een restje lust te bekennen. En op het eind was zelfs de zwiebel uit hun zwezerik.
Maar Bombom Arie, ach, zonder de dremmel had hij Snor helemaal nooit nodig gehad. Dan had hij hem gewoon met rust kunnen laten, Snor en die vervloekte sloten van hem. Dan had hij de Snor kunnen scheren toen de peupelaars hem dat vroegen. Dan had hij geheel eigenhandig kunnen schrikken, bewind en al. Maar er was altijd de dremmel.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.